De bestuurskracht van een gemeente is het vermogen om effectieve antwoorden te geven op de vragen en problemen die op haar afkomen. Bestuurskracht kan worden gezien als de relatie tussen de opdracht en de capaciteit van een gemeente. De opdracht wordt gevormd door taken die een gemeente in medebewind uitvoert, door lokale ambities en door omgevingsfactoren (bv. omvang grondgebied, aantal inwoners,…). Bij de capaciteit spelen eveneens verschillende soorten factoren, gelinkt aan financiën, personeel, bestuurlijke relaties,…

Bestuurskracht verwijst naar de kracht (de “sterkte”) om gewenste maatschappelijke ontwikkelingen en effecten te realiseren en resultaten te boeken die sporen met een streven naar ‘goed bestuur’. Bestuurskracht verwijst naar onder meer responsief, pro-actief, doelgericht, daadkrachtig, effectief, legitiem en doelmatig bestuur. Men zou dit meer een managementbenadering kunnen noemen. Bestuurskracht is van oorsprong nauw verbonden met bestuurskwaliteit. Dat zien we bij Toonen c.s. in het boek ‘Gemeenten in ontwikkeling’. Deze auteurs verwijzen naar kwaliteit in de rolvervulling door gemeentebesturen en de toepassing van allerlei criteria om het bestuurlijk handelen in brede zin te beoordelen op verschillende niveaus. Rollen, niveaus en criteria dus. In hoofdstuk 4 zullen we merken dat er zowel een “smalle” als “brede” definitie van bestuurskracht mogelijk is. Dat bestuurskracht alles te maken heeft met kwaliteit van bestuur is een opvatting die breed wordt aangehangen. Van Hijum en Hiemstra (2002) merken op dat bestuurskwaliteit en het presteren van gemeenten nauw verbonden zijn. Bestuurskwaliteit omschrijven zij als ‘de mate waarin een gemeente bestuurlijk en organisatorisch in staat is haar opgaven en rollen waar te maken en de gewenste prestaties te leveren’.

Vragen en contact