D-Day voor 39 Nederlandse gemeenten vandaag!

Per 1 januari zijn er in Nederland weer een aantal gemeenten minder. De teller staat nu op 380 en zal volgend jaar sterk dalen door voorgenomen fusies en herindelingen. Vandaag beslist de Tweede Kamer over het lot van maar liefst 39 gemeenten die voornemens zijn te fuseren tot 12 nieuwe gemeenten per 1 januari 2019.

Argumenten van gemeenten om te gaan fuseren of herindelen zijn al even verschillend als hun aanpak, vorm en resultaat. En dus gaat de maatschappelijke discussie over de (meer)waarde van gemeentelijke fusies onverminderd door. Met de gemeenteraadsverkiezingen net achter de rug zal bij veel coalitieonderhandelingen ook de discussie weer oplaaien over de rol van het gemeentebestuur op dit dossier. Gek genoeg is maar weinig bekend over de invloed die deze 2 maatschappelijke thema’s op elkaar hebben. Hoog tijd dus om te onderzoeken welke invloed besluitvorming door gemeentebestuurders heeft op het resultaat van fusiegemeenten.

In 100 jaar tijd daalde het aantal gemeenten van ruim 1100 naar 380. Met ruim 100 jaar kennis en 700 fusie-ervaringen zou je verwachten dat de overheid zoveel expertise heeft ontwikkeld dat ze haar aanpak om 2 of meer organisaties succesvol te laten fuseren zodanig heeft weten te perfectioneren, dat het een schoolvoorbeeld voor het bedrijfsleven is geworden. Het tegendeel is waar. Gemeentelijke fusies verlopen erg moeizaam[1] en leiden niet tot verwacht lagere kosten of verbetering van de kwaliteit van voorzieningen[2]. Nee, zelfs tot hogere kosten![3] Dat komt omdat gemeenten weinig gebruikmaken van elkaars ervaringen en dus het wiel opnieuw uitvinden[4] Misschien ligt de oorzaak in het gegeven dat gemeenten onvoldoende persoons- en organisatievermogen hebben om effectieve resultaten te boeken[5]. Onderzoek uit 2017 bevestigd dat een causaal verband tussen fusie en efficiency moeilijk aantoonbaar[6] is. En toch kan fusie gemeenten helpen om een betere strategische positie te krijgen[7].

Besluitvorming door gemeentebestuurders (raadsleden, college en ambtelijke top) bepaalt in hoge mate hoe de nieuwe fusiegemeente wordt vormgegeven. Dus spreken we van een strategisch (besluitvormings)proces. Het vormgeven van de fusieorganisatie dwingt bestuurders besluiten te nemen die vaak tegengestelde belangen dienen waardoor zelfs waardeverlies kan ontstaan. Het gaat hier om beslissingen over taken die de organisatie uitvoert en de mensen die dat mogelijk maken. Vandaar dat het van groot belang is om te achterhalen hoe besluitvorming, als instrument van gemeentebestuurders, tijdens een fusie-integratieproces de prestatie/waarde of resultaat van de fusiegemeente beïnvloedt.

Dit is waar mijn afstudeeronderzoek over gaat. Daarom kom ik graag in contact met gemeentebestuurders die betrokken zijn geweest bij het fusie integratieproces van een fusiegemeente die korter dan 5 jaar geleden is ontstaan. Dit onderzoek wordt uitgevoerd als afstudeertraject van mijn studie Parttime Master Bedrijfskunde. Dat betekent dat mijn onderzoek na afronding van mijn studie medio dit jaar als openbare kennis toegankelijk is.

[1] Rijksoverheid. (2011). Onderzoek naar de ervaringen van overheden met de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi). Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties.

[2] Geertsema. (2017). The economic effects of municipal amalgamation and intermunicipal cooperation. Groningen:: University of Groningen.

[3] Greef, D., & Allers. (2017). Intermunicipal cooperation, public spending and service levels. Local Government Studies.

[4] Ministerie van Binnenlandse Zaken. (2008). Handvatten voor gemeentelijke herindeling. Den Haag: Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directie Bestuurlijke en Financiële Organisatie.

[5] Korsten, Abma, & Schutgens. (2007). Bestuurskracht van gemeenten – Meten, vergelijken en beoordelen . Delft: Eburon.

[6] Oostendorp. (2016). Efficiency bij gemeentelijke herindelingen – Een verkennend onderzoek in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Den Haag: Necker van Naem.

[7] Fraanje, Herweijer, Beerepoot, Brouwer, A., & Heins. (2008). Herindelingen gewogen: een onderzoek naar de doelen, effecten en het proces van herindelen: Rijksuniversiteit Groningen & Berenschot.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Vragen en contact