De publieke waarde van digitaal inspreken

De transitie van representatieve naar participatieve besluitvorming.

Recentelijk ging ik in gesprek met een gemengd gezelschap van raadgriffiers, informatiebeheerders en applicatiebeheerders over de toekomst van het digitaal vergaderen in bestuurlijke besluitvormingsprocessen. Als snel werden technologische kansen op het gebied van informatietechnologie gebruikt om een antwoord te vinden op één van de maatschappelijke uitdagingen van vandaag de dag; de bijdrage van digitaal vergaderen aan de legitimiteit van het openbaar bestuur.
 
Directe, persoonlijke en selectieve inspraak.
De manier waarop we in onze samenleving inspraak organiseren gebeurt op basis van representatieve vertegenwoordiging. Of het nu de ondernemingsraad is binnen de organisatie waar je werkt, je lidmaatschap van een organisatie voor sport of collectieve voorzieningen of de overheid waar je eens per 4 jaar je volksvertegenwoordigers kiest. We accepteren steeds minder vaak dat deze manier van vertegenwoordiging en behartiging recht doet aan onze belangen. Het maatschappelijk draagvlak voor deze manier van inspraak en vertegenwoordiging brokkelt in rap tempo af. Mensen willen steeds meer naar een vorm van participerende vertegenwoordiging en besluitvorming. Dus een vorm van directe inspraak waardoor ze betrokken raken bij beleidsbeslissingen om ze zelf direct te kunnen beïnvloeden. Daarnaast is er nog een andere dimensie. Want naast een directere vorm van inspraak wil men niet over alles meepraten. De representatieve volksvertegenwoordiger van nu praat over alles mee en vaak wordt de betrokkenheid en deskundigheid van de volksvertegenwoordiging op tal van maatschappelijke onderwerpen in twijfel getrokken. Terecht of niet is eigenlijk niet relevant. Feit is dat de publieke waarde van bestuurlijke besluitvorming wordt ondermijnd door vast te houden aan dit (eeuwenoude) systeem van inspraak en vertegenwoordiging.
Inspraak als ingrediënt voor legitimatie.
Daar waar iedere organisatie baat heeft hebben overheidsorganisaties mijns inziens toch de plicht om te handelen conform datgene wat de samenleving collectief als waardevol beschouwd. En dus moeten ze publieke waarde creëren ook in besluitvormingsprocessen om de legitimiteit van handelen te waarborgen. De samenleving wordt nota bene door diezelfde overheid gevraagd om te participeren. En de samenleving wil dat ook alleen niet op de geïnstitutionaliseerde manier die de overheid voorschrijft. Want men wil alleen participeren wanneer besluitvorming directe consequenties heeft voor de persoonlijke leefomgeving. De vertegenwoordigende democratie met geïnstitutionaliseerde besluitvormingsprocessen zal moeten plaatsmaken voor een systeem van participerende democratie én besluitvorming. Een stelsel waarin diegenen die door een beslissing of gevolg van een beslissing persoonlijk worden geraakt, actief betrokken worden bij juist die specifieke besluiten. Nieuwe informatietechnologie is de stuwende kracht achter deze behoefte waarin de achteraf getroffen burger zich wil transformeren naar een op voorhand betrokken burger met een gelijkwaardige of zelfs betere informatiepositie dan de instantie die het besluit neemt. Want de toegankelijkheid van digitale informatie neemt in rap tempo toe en dus is het zaak dat je als organisatie goed geïnformeerd blijft over wat er om je heen gebeurd.
Digitaal inspreken draagt bij aan het vergroten van legitimiteit
De uitdaging is hoe gaan we nu de betrokken burger of klant -zo je wilt- inspraak geven?  Binnen de overheid is besluitvorming volledig geïnstitutionaliseerd en daarmee moeilijk toegankelijk voor inspraak. Ik durf zelfs te stellen ongeschikt omdat de groeiende behoefte naar andere vormen van inspraak vraagt om andere oplossingen. De vaste vergadermomenten, vastgestelde agenda’s, uitgenodigde deelnemers, vaste tijdstippen, voorgenomen behandel- of bespreekstukken maken het onmogelijk om een vorm van participerende democratie te organiseren waarin burgers deelnemen. Tijdens de discussies werd geopperd om de inspraakmogelijkheid – de geïnstitutionaliseerde vorm van directe inspraak- eens op een andere manier te organiseren. De afgelopen 10 jaar heb ik zelf meermaals meegemaakt dat tijdens een gemeentelijke commissievergadering een moedige inspreker in een volle vergaderzaal onwennig met een stukje papier voor een microfoon ging staan om zijn zaak te bepleiten. Een microfoon die altijd te hard of te zacht stond en in beide gevallen een zichtbaar negatief effect had op de gemoedstoestand van de inspreker. Kortom we halen mensen uit hun vertrouwde omgeving om in “onze” omgeving hun belang kenbaar te komen maken. Moderne technologie maakt het mogelijk om die mensen ook vanuit hun eigen, vertrouwde omgeving deel te laten nemen aan een vergadering; digitaal inspreken dus. Het is bovendien makkelijker vast te leggen en laagdrempelig te organiseren voor zowel de inspreker als de besluitende instantie. En het allerbelangrijkste; het komt de kwaliteit van besluitvorming ten goede omdat het beter recht doet aan de positie en belangen van de inspreker. Digitaal inspreken zou zomaar eens een instrument kunnen worden waarmee een begin kan worden gemaakt om te experimenteren met vormen van participerende besluitvorming. Iedere organisatie kan daarmee haar publieke waarde te vergroten. Ik nodig iedereen uit om dat binnen uw eigen organisatie eens op de agenda te zetten!
Met vriendelijke groet,
Bart Suers
Vragen en contact